simsonleespunt
Simson werd de sterkste man van de wereld. Doordat zijn ouders zo goed voor hem zorgden, werd hij zo groot en sterk, dat niemand tegen hem op kon. Op een keer, toen hij nog maar een jongen was, scheurde hij met zijn blote handen zomaar de bek van een leeuw open.
Hij was niet alleen erg sterk maar ook verschrikkelijk koppig en erg lastig voor zijn vader en moeder.
Toen hij groot was, werd hij verliefd op een Filistijns meisje en hij wilde meteen met haar trouwen. Natuurlijk probeerden zijn ouders hem over te halen om het niet te doen. "Kun je geen vrouw zoeken bij je eigen volk?" zeiden ze vriendelijk maar ernstig. "Waarom zou je één van onze vijanden nemen?"
Maar Simson wilde niet naar hen luisteren. "Neem haar voor mij," zei hij, "want zij bevalt mij."
En zo trouwde hij met haar. Maar wat kwam daar veel narigheid van voor hen allemaal!
Op een dag, toen hij toevallig langs de leeuw kwam die hij gedood had, ontdekte hij dat een zwerm bijen daar hun honing bewaarden. Opeens kreeg hij een goed idee. Hij zou een grap kunnen uithalen op zijn bruiloftsfeest.
Er waren dertig jonge mannen op het feest en hij vroeg hun wat dit raadsel betekende: "Spijze ging uit van de eter en zoetigheid van de sterke." En hij beloofde om hun allemaal een stel kleren te geven als zij het antwoord konden geven, voordat de zeven dagen van het feest om waren. Als ze het niet op tijd vonden, dan zouden ze alle dertig een stel kleren aan hem moeten geven.
De jonge mannen konden het maar niet raden en begonnen zich zorgen te maken. Ze waren bang, dat ze allemaal hun eigen kleren aan Simson zouden moeten geven en wat zouden ze dan moeten doen?
Op de zevende dag gingen ze naar de vrouw van Simson en haalden haar over om uit te vinden wat het raadsel betekende. Zij smeekte Simson het haar te vertellen en hij deed het, terwijl hij zich had voorgenomen om het niet te doen. Toen vertelde zij het aan de jonge mannen en die gingen naar Simson en zeiden: "Wat is zoeter dan honing, wat is sterker dan een leeuw?"
Simson werd toen zo boos dat zijn vrouw het geheim verraden had, dat hij wegging en dertig Filistijnen doodde. Hij pakte hun kleren en gaf die aan de dertig jonge mannen. Hij was zelfs zo woedend dat hij zijn vrouw in de steek liet en naar huis ging, en dat terwijl ze nog maar zeven dagen getrouwd waren
nicoleespunt

..onder de belangrijke mensen in Jeruzalem waren er ook een paar die vonden dat Jezus gelijk had. Ze hadden naar Hem geluisterd, toen Hij de mensen toesprak en ze vonden, dat Hij goede dingen zei. Eén van die mensen was Nicodemus. Hij wilde wat meer te weten komen over Jezus. Daarom besloot hij om eens met Hem te gaan praten. Maar waar was Jezus? Het leek wel of niemand het wist.
Toen hoorde hij van iemand, dat Jezus nogal vaak 's avonds naar de Olijfberg ging om daar uit te rusten en te bidden. Nicodemus besloot om daar heen te gaan.
Hij wachtte tot het donker was, zodat zijn vrienden niet zouden kunnen zien, waar hij heen ging. Hij sloeg zijn kleed om en verdween in het duister.
Hoe hij Jezus gevonden heeft, weten we niet, maar in elk geval vond hij Hem. En daar in het maanlicht praatten ze over het koninkrijk van God, terwijl ze neerkeken op de slapende stad.
"Rabbi," zei Nicodemus, "wij weten dat Gij van God gekomen zijt als leraar; want niemand kan die tekenen doen, welke Gij doet, tenzij God met Hem is."
Jezus was blij, dat zo'n belangrijk man dat zei en Hij wilde hem graag helpen om te begrijpen wat Zijn koninkrijk van liefde betekende!
Hij zei: "Tenzij iemand wederom geboren wordt, kan hij het koninkrijk Gods niet zien."
Nicodemus begreep er niets van.
"Hoe kan een mens geboren worden, als hij al oud is?" vroeg hij.
Jezus heeft vast even moeten glimlachen om die vraag. Natuurlijk had Hij het niet over de geboorte van een baby, maar over wat er gebeurt, wanneer de Heilige Geest in je hart komt. Dan verander je zo, dat het net lijkt, of je opnieuw geboren bent.
Jezus probeerde dat uit te leggen. Hij wees naar de bomen die zachtjes ruisten in de koele nachtwind en zei: "Je weet dat de wind blaast, omdat je de bladeren kunt horen ritselen, maar je weet niet waar de wind vandaan komt, of waar hij heen gaat. Zo is het ook met de mensen die uit de Geest geboren zijn."
Hij wilde Nicodemus vertellen, dat de Heilige Geest in ieder hart wil komen, dat voor Hem openstaat. Niemand weet precies hoe het gebeurt, maar iedereen kan de gevolgen zien. Jongens en meisjes die de Heilige Geest in hun hart hebben, zijn vriendelijk en eerlijk en beleefd. Ze willen graag het goede doen, en hebben een hekel aan slechte dingen.
Dit was allemaal nieuw voor Nicodemus. Hoewel hij bekend stond om zijn wijsheid, kon hij dit maar niet begrijpen. "Hoe kan dat nou?" vroeg hij.
"Zijt Gij de leraar van Israël, en deze dingen verstaat Gij niet?" zei Jezus.
Toen vertelde Hij verder hoe het leven van een mens kan veranderen door de kracht van God...

samaleespunt

De Barmhartige Samaritaan

Op een dag kwam er een schriftgeleerde bij Jezus, die Hem een hele goede vraag stelde; zo leek het tenminste. "Meester", zei hij, "wat moet ik doen om het eeuwige leven te beërven?"
Jezus wist, dat de man alleen maar een discussie wilde uitlokken. Daarom antwoordde Hij met een andere vraag: "Wat staat in de wet geschreven?"
De schriftgeleerde antwoordde: "Gij zult de Here, uw God, liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw verstand, en uw naaste als uzelf."
"Gij hebt juist geantwoord," zei Jezus. "Doe dat en gij zult leven."
Maar daarmee was de man niet tevreden.
"Wie is mijn naaste?" vroeg hij en daardoor kreeg Jezus de gelegenheid om hem een les te leren, die hij heel hard nodig had. Jezus begon weer een verhaal te vertellen een verhaal dat heel bekend is geworden, en sinds die tijd duizenden en nog eens duizenden keren opnieuw is verteld.

"Een zeker mens daalde af van Jeruzalem naar Jericho en viel in de handen van rovers." Deze rovers sloegen de eenzame reiziger neer, stalen zijn kleren en lieten hem half dood langs de weg liggen.
Toevallig kwam er een priester voorbij, maar hij bleef niet staan. Hij zag de gewonde man wel liggen, maar "ging aan de overzijde voorbij."
Daarna kwam er een Leviet langs. Hij nam tenminste nog de moeite om even een kijkje te nemen bij die arme man, die daar lag te lijden, maar hij deed niets om hem te helpen. Ook hij "ging aan de overzijde voorbij."
Toen kwam er een Samaritaan, één van die mensen aan wie de Joden zo'n hekel hadden.
Toen hij zag wat er gebeurd was, kreeg hij medelijden met de man en ging hij meteen naar hem toe om hem te helpen. Hij knielde naast de gewonde man neer, maakte zijn wonden zo goed mogelijk schoon en verbond ze. Ten zette hij hem heel voorzichtig op zijn ezel en bracht hem naar de dichtstbijzijnde herberg. Daar vroeg hij een kamer en kleren voor hem. De volgende dag moest hij weer verder, maar voor hij weg ging, gaf hij de herbergier geld en zei: "Verzorg hem en mocht gij meer kosten hebben, dan zal ik ze u vergoeden op mijn terugreis."
"Nu," zei Jezus, terwijl Hij de schriftgeleerde aankeek, "wie van deze drie dunkt u, dat de naaste geweest is van de man die in handen der rovers was gevallen?"
"Die hem barmhartigheid bewezen heeft," antwoordde de schriftgeleerde. "Ga heen, doe gij evenzo," zei Jezus.
Of de schriftgeleerde die raad van Jezus heeft opgevolgd, weten we niet. Als hij het niet heeft gedaan, zal hij nooit dat eeuwige geluk kennen waar hij naar zocht. Want die rijke beloning is alleen voor mensen die alles voor God en voor anderen overhebben.

storleespunt

"Heer red ons, we vergaan!" riepen de discipelen - en als iemand dat roept, zal Jezus altijd luisteren.
Hij keek naar de zwarte, dreigende lucht en de schuimende golven en beval: "Zwijg, wees stil!"
En opeens, net zo snel als hij opgekomen was, ging de storm ook weer liggen en "werd het volkomen stil."
Jezus verweet de discipelen zachtjes: "Waarom zijn jullie bang? Hebben jullie geen geloof?"
Ze zeiden niets. Ze konden niets zeggen. Ze gingen maar door met hozen en vol ontzag fluisterden ze tegen elkaar: "Wie is toch deze, dat ook de wind en de zee Hem gehoorzamen?"
Het is niet vreemd, dat ze dat zeiden! Nog nooit hadden ze iemand bevelen horen geven aan het weer. Dat was ook nog nooit gebeurd sinds de schepping, toen God zei: "Er zij licht," "Daar zij een uitspansel," "Dat de wateren wemelen van levende wezens," "Dat de aarde voortbrenge levende wezens naar hun aard." De Schepper had weer gesproken en de schepping had Zijn stem herkend.

Wat gebeurde er met de mensen in de andere boten? Dat vertelt de Bijbel niet. Maar zij zullen ook wel doodsangsten hebben uitgestaan. Als zelfs Petrus bang was, dan waren zij het in ieder geval. Zij hebben vast ook om hulp geroepen. En ook zij zuchtten van opluchting, toen de stilte kwam. Ik denk dat Jezus ook wel aan hen dacht, toen Hij de wind en de golven bevel gaf om stil te zijn. Want Hij vergeet nooit iemand, die in angst zit.

In alle stormen van het leven is Jezus nooit ver weg. Zelfs op het kleinste gebed: "Heer, help mij!" zal Hij vlug hulp sturen.

---